Uit een vroegere molenaarscursus.

Bijna 50 molenliehebbers nemen een sprong in het duister. Zij begeven zich op het leerpad, op weg naar het diploma van meester-molenaar of molengids. Door de vzw Molenforum Vlaanderen wordt een nieuwe cursus voor molenaars ingericht. Een tweejaarlijks gebeuren, dat steevast op veel bijval mag rekenen. Onze minister van erfgoed kan gerust zijn. Er zijn nog voldoende landgenoten die zich willen inzetten voor ons eeuwenoud erfgoed. Misschien wel het oudste technisch erfgoed dat we nog kunnen koesteren.

//www.youtube.com/embed/BB2St_hsvHs?rel=0

Molenaar worden is niet over een nachtje ijs gaan. Het vraagt een tijdsinvestering van pakweg twee jaar. Theoretische lessen om te beginnen. Vergeet niet dat de vroegere molenaars tegelijkertijd, vakmensen waren die wisten hoe je het beste bakmeel voor de bakker diende te produceren, die de wolken konden lezen, kortom bij wijze van spreken het weer beter voorspelden dan onze huidige ‘Franken of Jillen’, die konden luisteren naar hun molen en precies wisten, wanneer en waar er weer een spie diende aangeklopt. Ze hadden bovendien een encyclopedisch geheugen, wanneer bijvoorbeeld in overleg met een molenmaker uit de doeken gedaan werd wat er scheelde aan hun ijzerbalk of hun rijn. Dit zijn maar enkele voorbeelden. Onze wereld is vandaag de dag een stuk kleiner geworden, en dat maakt het er niet eenvoudiger op. Wanneer enkele molenaars over de landsgrenzen heen samenzitten en het over hun rondsel, schijfloop, spillegeloop of lantaarn hebben. Maar vrees niet, gij volgelingen van Sint Victor, molenheilige, de beste leermeesters staan klaar om jullie op te vangen, en te begeleiden.

Lig vooral nu nog niet wakker van de 100 uren verplichte stage. Denk nog niet aan de namiddagen waar je in de vrieskou, een zeil mag voorleggen. Denk vooral aan later, aan die ogenblikken die wij nu meemaken. Ogenblikken waarop het genieten is, wanneer je opnieuw de kans krijgt, om een eeuwenoude stiel, nog een echt ambacht, door te geven aan alweer een groep entoesiaste nieuwe molenaars. Denk ook aan het prachtige sociale contact dat er ontstaat tussen molenaars, wanneer ze weer eens samen op een molen zitten ter gelegenheid van een Open Monumentendag, een Nationale Molendag, een Regionale Molendag (noteer nu al 25 april 2015), of een gezamenlijke uitstap naar een alweer atypische molen. Want vergeet niet: elke molen is toch alweer anders, zelfs deze die er voor de leek identiek uitzien bezitten elk hun eigenaardigheden . De ene laat zich al wat beter vangen dan de andere, de ene heeft een waterwiel, waar het water boven in stroomt, terwijl de andere zich tevereden stelt met watertoevoer onderaan het wiel. Met de ene molen leer je koren malen, met een andere maak je omega3 aan, door het slaan van olie uit lijnzaad. Wist je dat er molens bestaan om verf mee te maken, om grint te malen, om water naar een hoger gelegen landsdeel te pompen, om een weefgetouw met aan te drijven. Van al die toepassingen zijn er gelukkig nog exemplaren overgebleven. Er valt dus nog wat te beleven in de molenwereld. Op 24 april 2015 zal een Timsdelegatie “een setje” oliemolens bezoeken, voornamelijk in West-Vlaanderen en het wat zuidelijker gelegen vroegere Vlaams- en nu Frans-Vlaanderen. Een staakmolen met een complete olieslagerij erin, een molen op toerenkot, waar een molenaar boven koren maalde, en waar in de ondertoren olie werd geslagen. Een recentere stenen molen, ook al met deze twee functies, en tot slot een stenen stellingmolen, met een naast gelegen maalderij, waar modernere (intussen ook verouderde) technieken werden aangewend.

Maar terug naar de les. Lieven Denewet, die vermoedelijk de helft van zijn leven doorbracht in archieven, die bovendien het lezen en begrijpen van eeuwenoud schrift machtig is, was dan ook de geknipte man om de geschiedenis van de molenarij aan de cursisten diets te maken. Iedereen kent nu Seistan en Vitruvius.  //www.youtube.com/embed/vNp2C8IWOKY?list=PLJdG_1mAEekk-4q7-eIr36fQAzH4B_0RS

//www.youtube.com/embed/lhjww8FBsZk?list=PLJdG_1mAEekk-4q7-eIr36fQAzH4B_0RS

Of Lieven nog ooit het onomstotelijk bewijs zal blootleggen, dat de richtbare windmolen een Vlaamse uitvinding is, daar moeten we nog even op wachten, maar intussen nemen we het wel aan, ons baserend op enkele oude notities. Ook de Engelsen claimen het vaderschap van deze richtbare molens. Helaas de Engelsen zitten toch maar mooi met een Doomsdaybook uit 1086, waar geen enkele windmolen in vermeld wordt. Hebben de Vlamingen ook daar in het kielzog van Willem De Veroveraar de windmolen geintroduceerd? Net zoals ze die mee namen op kruistocht.

Boeiend, het blijft boeiend, zeker nu er weer een nieuwe lichting meester-molenaars aankomt, die mee kan helpen zoeken naar de bronnen van dit o zo boeiend erfgoed.

Tot de volgende les.

Uw toegenegen verslaggever ter plaatse….

Gepubliceerd op
Gecategoriseerd als Cursus

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *